Geschiedenis NHC

Column Rob van Nes

Zo heel af en toe schrijf ik voor N-H-C een stukje over aan hockey gerelateerde zaken. Meestal over hoe ik tegen tactiek, veldbezetting, coaching en training aan kijk. Geen waarheid of wijsheid maar mijn visie, een opinie waarover je zou kunnen nadenken. In een redelijk hockeyloze periode van coronastop gevolgd door zomerstop lijken dit soort beschouwingen niet zo opportuun. Maar wat dan als het bestuur je vraagt een stukje voor ‘de’ hockey te schrijven?

 

‘De’ hockey is net als ‘de’ tennis en ‘de’ voetbal een standaarduitdrukking maar ik vraag mij al jaren af of het taalkundig correct is. Misschien kan iemand daar als reactie hierop iets over zeggen. Maar goed waar moeten we het over hebben? Wellicht heb ik een onderwerp. Ik schat dat de helft van de lezers direct afhaakt maar wie het wel interesseert, blijf aan de lijn. De geschiedenis van de hockeysport. Hoe is het spelletje waar we allemaal zoveel plezier aan beleven eigenlijk ontstaan en ontwikkeld?

Hockey bestaat al duizenden jaren. Volgens overlevering tikten de oude Grieken al met een stok een bal heen en weer en ook in India wordt al heel lang een hockey-achtig spel gespeeld. De Romeinen maakten het nog bonter, zij zouden een spel hebben gehad met stokken waarbij het hoofd van een geëxecuteerde als bal diende. Daarvan heb ik geen beelden kunnen vinden op YouTube. Het huidige hockey begint vorm te krijgen vanaf de Middeleeuwen. De Britten speelden toen een spel genaamd Bandy-on-ice. Omdat zij voornamelijk op harde ondergronden als ijs en hard zand speelden, maakten ze de onderkant van hun stok krommer. De naam van het spel verandert dan in Hockey-on-ice, waarbij hockey vermoedelijk verwijst naar de kromming (hook) van de stick. Veldhockey doet later haar intrede doordat de hockeyspelers in de zomer bij gebrek aan ijs op gras gingen trainen. 

Hockey wordt in 1891 door Pim Mullier in Nederland geïntroduceerd. Mullier, Fries van geboorte die een groot deel van zijn leven in Haarlem heeft gewoond, was gefascineerd door sport. Volgens de verhalen was het in Noordwijk dat hij in aanraking kwam met het Engelse football. Hij richtte in Haarlem de Haarlemse Football Club op (nu Koninklijke HFC). Tijdens zijn studie in Engeland, na de oprichting van HFC, maakte hij kennis met sporten als hockey, bandy en tennis. Terug in Nederland zette hij zich volop in om deze sporten ook hier te introduceren. In 1884 richtte hij in Haarlem de eerste Nederlandse tennisclub op, de Haarlemse Lawn-Tennis Club. Bandy was zijn favoriete sport en dankzij Mullier werd op een bevroren vijver de eerste bandy-wedstrijd gespeeld, een soort ijshockey met een hockeystick en een bal. 

Uit dat bandy kwam het veldhockey voort. In 1892 werd in Amsterdam de eerste hockeyclub opgericht. De Nederlandsche Hockey en Bandy Bond (NHBB), de voorloper van de huidige KNHB, volgde in 1898. Jaren daarvoor was de eerste hockeywedstrijd op het vasteland van Europa al gespeeld, op 7 februari 1892 achter het Rijksmuseum. De Amsterdamse Hockey & Bandy Club, op 28 Januari 1892 in het American Hotel opgericht, was de eerste club in Nederland, gevolgd door de Hockey- & Bandy Club ‘Haarlem en Omstreken’ in 1895. Hieruit is de hockeyclub Bloemendaal ontstaan, dat overigens tot 1973 bestond uit een mannen (BMHC) en dames (BDHC) vereniging. Na Bloemendaal volgden de Delftse Studenten (1898), Victoria (1899) en Rood Wit (1899).

Hockey was aanvankelijk een exclusieve herenaangelegenheid. Dames moesten wachten tot 1910 voordat ze lid konden worden van een hockeyclub. En dan nog onder de strikte voorwaarde dat ze alleen op dinsdag- en donderdagmiddag en op zondag tot 12 uur spelgelegenheid kregen. Begin 20e eeuw waren de Nederlandse hockeyers nogal eigenzinnig in hun spel. Zo speelden ze met een zachte bal (veel te gevaarlijk zo’n harde bal) en had de stick twee platte kanten. Geen enkel ander land kon de bijzondere Nederlandse regels volgen, waardoor er nooit internationaal werd gespeeld. Dat veranderde met de Olympische Spelen van 1928. Om mee te kunnen doen aan de Spelen in eigen land werden de regels aangepast naar de internationale standaarden. Voor het oog van 35.000 toeschouwers werd Nederland tweede achter India en de sport in één klap populair in Nederland. 

Mijn eerste stappen op een hockeyveld waren in 1967, het jaar dat de Noordwijkse Hockey Club werd opgericht. De Mezen in Harderwijk was mijn eerste club. Die bestond toen ook pas een paar jaar. In de jaren ’60 was er een vloedgolf aan nieuwe hockeyclubs. De ouderen onder ons weten het, maar velen denken dat ik ze in de maling neem als ik vertel over het hockey in die tijd. Uiteraard was dat op gras en per toerbeurt had je dienst om op zaterdag en zondag de kalklijnen te trekken. Het was eenvoudig zichtbaar of de lijnentrekker de avond ervoor een feestje had gehad. Er waren in die tijd overigens meer lijnen dan nu om te kalken. Parallel aan de zijlijnen liep er een stippellijn. De inrol, je leest het goed een bal over de zijlijn moest worden ingerold, moest voor die stippellijn op de grond komen. Die stippellijn werd ook door coaches gebruikt als instructie aan de buitenspelers. Zij moesten binnen de tramrails, zo werd dat genoemd, blijven. We speelden in die tijd in een 2-3-5 opstelling. Twee backs, drie middenvelders waarvan de middelste spil werd genoemd, en vijf voorhoedespelers. Er is veel veranderd. Dat geldt ook voor de spelregels. Anders dan bij voetbal zijn hockeybestuurders altijd vooruitstrevend geweest in het aanpassen van de regels of het daarmee experimenteren. Een van de belangrijkste wijzigingen was het afschaffen van de buitenspelregel. Gelet op de eeuwige discussie die er na bijna ieder fluitsignaal voor buitenspel waren, wat mij betreft een van de beste regelwijzigingen ooit. Tot medio jaren tachtig gold buitenspel op de gehele speelhelft van de tegenstander. Daarna, tot de volledige afschaffing van de buitenspelregel in 1996, nog slechts in het 23-metergebied van de tegenstander. 

De corner is door de jaren heen regelmatig aangepast. In mijn jeugd werd de lange corner op dezelfde gespeeld als de strafcorner, met dien verstande dat hij dicht bij de cornervlag werd aangeslagen. De verdedigers stonden op de achterlijn, de aanvallers rond de cirkel. Zowel bij de strafcorner als bij de lange corner mocht de bal met de hand worden gestopt en dan ook nog binnen de cirkel. Hij moest wel stilliggen voordat er werd geslagen maar dat mocht dan wel weer hoog. Moet je voorstellen, het schot kwam van dichterbij hoog op keepers en uitlopers die aanmerkelijk minder beschermd waren dan nu het geval is. Dat dit bijna altijd goed ging is een wonder, zeker als je je realiseert dat kanonnen als Litjes, Bolhuis, Kruize en Bovelander nog uit die tijd stammen. Ties Kruize sloeg in zijn tijd met een Karachi King Super 27 met verzwaarde kop. Een stick die bijna de helft zwaarder was dan waar wij nu mee spelen. Een andere regelwijziging die wat mij betreft een heel grote verbetering was, is het onbeperkt wisselen. Mijn hele jeugd mocht een team maar 2x (later 3x) wisselen. Werd je eruit gehaald dan was je ook klaar en als bankzitter moest je maar hopen op wat minuten. 

Voor degenen die nog niet zijn afgehaakt, waar ik mij iets bij kan voorstellen dus no hard feelings, nog iets over de accommodaties. Clubhuizen waren, op een heel enkele na, houten keten met onverwarmde kleedkamers met stenen vloeren. Desondanks ging iedereen in die tijd na training en wedstrijd douchen. Het is pas van de laatste 20 jaar dat we dat bijna niet meer doen. Zo zijn er overigens meer rituelen verdwenen. Tot een jaar of 10 geleden, misschien iets langer, was het voor senioren gebruik om voor de wedstrijd, zowel uit als thuis, bij iemand te verzamelen. Daar werd koffiegedronken, in de regel met al dan niet zelfgebakken verwennerij erbij, en de tactiek doorgesproken. 

Tot slot de velden. Dat was gras en in de herfst vooral blubber. Wedstrijden werden vaak afgelast omdat het veld niet speelbaar was en dat werd dan via een telefoonboom doorgebeld. De schoenen, voetbalschoenen in die tijd, werden na de wedstrijd blubbervrij gemaakt en gepoetst. Althans er waren hockeyers die dat deden. Een beetje student stopte alles nat en vies in de tas en haalde het er voor de volgende wedstrijd weer uit. Sommigen hielden dat een half seizoen vol. Je kunt je de geur voorstellen als voor de wedstrijd die tassen opengingen. Kampong was in 1976 de eerste club met een kunstgrasveld, korte tijd later gevolgd door Rotterdam. Langzaam maar zeker kwamen er meer verenigingen met een kunstgrasveld. Omdat dit er meestal slechts een was duurde het nog heel lang voordat we het merendeel van onze wedstrijden op kunstgras speelden. De Noordwijkse Hockey Club kreeg midden jaren ’80, bij de verhuizing van de Duinwetering naar het Middengebied, als eerste club in de Bollenstreek een kunstgrasveld. Die eerste kunstgrasvelden waren zandingestrooid. Iedere wedstrijd ging je wel een keer onderuit en lagen knieën of handen open. Meestal zat er na een week een goede korst op die er dan in een keer weer afging bij een volgende valpartij. De littekens heb ik er nog van. Langzaam maar zeker kwamen er nieuwe type velden. Momenteel zijn watervelden min of meer de standaard. NHC heeft is binnenkort drie, waarvan het nieuwe hoofdveld naar de allernieuwste technologieën.

Wil je meer weten over de historie van je eigen NHC? John Asselbergs heeft bij het vorige jubileum daarover een prachtig boek gemaakt met daarin veel foto’s van onze huisfotograaf Bartold W. de Jong. Wil je iets weten van de historie van je kluppie, wie wil dat niet, het boek is zodra we weer de wei in mogen te koop bij de bar. Ik hoop dat we elkaar spoedig weer in goede gezondheid zien op de club. Tot dan!

Downloads:

Clubnieuws Overzicht